Menu

Travel around the world
Home
Usa
California
-San diego
-San francisco
-San jose
-Los angeles
Florida
-Jacksonville
-Key west
-Miami
-Orlando
-Pensacola
-Tampa
-Tallahassee
Nevada
-Las vegas
-Reno

China
Costa rica
Mexico




Gratis aanvragen:
Gratis creditcard
Gratis reisgidsen
Gratis op vakantie


Informatie:
Airline overzicht
Geld in het buitenland
Huurauto informatie
Koers converter
Paspoort info
Reisgidsen
Reisverzekering


Site index:
Siteindex

Costa Rica:

Algemeen:
Costa Rica (officieel: República de Costa Rica), is een republiek in Midden-Amerika. De totale oppervlakte van het land bedraagt 51.100 km2, en daarmee is Costa Rica ca. 1,4 keer zo groot als Nederland en het op twee na kleinste land van het Amerikaanse vasteland. Op sommige plaatsen is Costa Rica minder dan 145 km breed en slechts 290 km lang. Costa Rica grenst in het noordwesten aan Nicaragua (309 km), in het zuidoosten aan Panama (330 km), in het westen aan de Stille of Grote Oceaan en in het oosten aan de Caribische Zee. De kustlijn van Costa Rica heeft een totale lengte van ca. 1300 km; De Caribische kust is ca. 200 km lang en de kust van de Stille Oceaan ca. 1100 km. Enkele eilanden die tot Costa Rica behoren zijn Isla Chira (43 km2) in de Golf van Nicoya, Isla Tortuga, Isla del Caño, Isla San Lucas en Isla Cabo Blanco. Tot het Costa Ricaanse grondgebied behoort ook het onbewoonde Isla del Coco (22 km2), dat op 532 km afstand van het vasteland in de Stille Oceaan ligt. De regering van Costa Rica heeft ca. 11% van het landoppervlak wettelijk als natuurgebied aangemerkt. Deze ‘parques nationales’ en ‘reservas biológicas’ zijn goed toegankelijk en alle ecosystemen zijn hier vertegenwoordigd.

Landschap:
Het kleine Costa Rica heeft een indrukwekkend, gevarieerd landschap. Een groot gedeelte van het land bestaat uit bergland. Belangrijkste element is de bergketen die van noordwest naar zuidoost het land doorsnijdt en bestaat uit de vulkanische Cordillera de Guanacaste, de Cordillera de Tilarán, de Cordillera Central en in het zuiden de Cordillera de Talamanca. Tussen de laatste ketens ligt een centrale hoogvlakte, de Valle of Meseta Central; hier wonen ook de meeste Costa Ricanen en ligt op 1300 meter hoogte de hoofdstad San José. Parallel aan de Cordillera Talamanca loopt het kustgebergte met de naam Fila Costeña en daartussen ligt de Valle Central. Ten noorden van al deze bergketens ligt een met veel rivieren doorsneden laagvlakte of ‘llanura’. De rivieren monden uit in de Río San Juan. Het kustgebied langs de Stille Oceaan is heuvelachtig, met hier en daar kleine kustvlakten, baaien en schiereilanden. De bergketens zijn tussen de 1500 en 4000 meter hoog, met als meest imposante de Cordillera Talamanca. Hier staat ook de hoogste berg van Costa Rica, de Cerro Chirripó met 3820 meter. Richting het oosten en het westen gaan de cordilleras langzaam over in tropische laagvlakten. De kuststrook in het oosten, de kant van de Caribische Zee, is zeer gevarieerd en bestaat uit mangrovebos (o.a. rode mangrove en zwarte, witte, thee-, en knoopmangrove), moerassen, lagunes, regenwoud en palmenstranden. De grillige kuststrook in het westen, de kant van de Stille Oceaan, ziet er heel anders uit met savannelandschappen, bossen, tropisch regenwoud en donkere vulkanische zandstranden. Costa Rica kent ongeveer 40 grote en zeer veel kleine rivieren, die in de Caribische kustvlakte vaak door kanalen met elkaar verbonden zijn. De provincie Guanacaste is erg waterrijk met aan groot aantal rivieren die in de cordilleras ontspringen en uitmonden in de Golf van Nicoya of de Río Tempisque. De Río Térraba, of de Río Grande de Térraba, is de langste rivier van Costa Rica. Hij stroomt 195 km in westelijke richting om uiteindelijk uit te monden in de Stille Oceaan. De op één na langste rivier is de Río Tempisque met 158 km in de provincie Guanacaste. De Río San Juan is 135 km lang en de Río Pacuare 133,5 km; zij monden beide uit in de Caribische Zee. Het grootste meer van Costa Rica is het Laguna de Arenal met een oppervlakte van ca. 75 km2 en ligt op een hoogte van ca. 550 meter. Vroeger was het een klein bergmeertje maar door de aanleg van een dam in het riviertje de Arenal ontstond het huidige stuwmeer. De moerassen van Costa Rica zijn te onderscheiden in bos- en palmmoerassen. De palmmoerassen bestaan uit slechts één soort palm: de waterpalm of ‘yolilla’. Het Parque Nacional Barra Honda wordt doorsneden door kalkrotsen. Door de regen zijn er in de loop van miljoenen jaren ondergrondse rivieren, kamers en gewelfde plafonds ontstaan met spectaculaire stalactieten en stalagmieten.
Costa Rica telt meer dan 30 natuurreservaten, die vaak al tientallen jaren bestaan. Meer dan eenvijfde van zijn oppervlak heeft het land aangewezen als beschermd natuurgebied – als nationaal park of biosfeerreservaat, als indianengebied of als regio op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Hierdoor is Costa Rica ontdekt door het ecotoerisme en oefent een grote aantrekkingskracht uit op biologen.

Vulkanen en aardbevingen:
Het bergland in het noorden van Costa Rica is vulkanisch. De vulkanen die hier liggen vormen een onderdeel van een hele serie vulkanen die van het noorden van Californië tot aan het zuiden van Chili doorloopt. Costa Rica kent vooral stratovulkanen met hun bekende kegelvorm. De enige vulkaan die nog regelmatig van zich laat horen is de 1633 meter hoge Arenal, die meerdere malen per dag onder luid gerommel een wolk van gloeiend as en gruis uitspuugt. In periodes van grote activiteit kan de frequentie oplopen tot drie erupties per uur, weken achter elkaar. De Rincón de la Vieja (1895 m), Poás (2704 m; grootste krater van Costa Rica: 1,5 km in doorsnee en 300 m diep), Irazú (3432 m; 488 meter doorsnee en 300 meter diep) en Turrialba zijn slapende vulkanen met lavameren, dampbronnen en gasbronnen. De eerstgenoemde vulkaan is een samensmelting van meerdere vulkanen. Op de berg zijn negen kraters geïdentificeerd. Van deze is nog slechts één krater actief.
Costa Rica ligt ook in een smal gebied waar zeer sterke aardbevingen voorkomen, de zogenaamde Pacific-gordel. Bijna elk jaar heeft het land wel last van één of meerdere kleine aardbevingen. De laatste zware aardbeving dateert van 22 april 1991 met een sterkte van 7,4 op de schaal van Richter in de buurt van Limón aan de Caribische kust. De aardbeving werd gevolgd door een gigantische vloedgolf; tientallen mensen kwamen om het leven en de infrastructuur raakte zwaar beschadigd.

Klimaat:
Over het algemeen kan men zeggen dat Costa Rica heeft een subtropisch tot tropisch klimaat met een droog seizoen van december tot en met april en een nat seizoen van mei tot en met september. Vanwege de ligging in de buurt van de evenaar zijn er op zeeniveau nauwelijks temperatuurverschillen. De temperatuurverschillen tussen de warmste en de koudste maand bedragen niet meer dan 4 °C. De jaargemiddelden liggen aan de kust op 26 à 27°C, op 1000 m hoogte op ca. 20°C en op 3000 m hoogte op 7 à 8°C. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheden schommelen tussen 2000 mm minimaal en 4000 mm maximaal. Langs de Caribische kust, sterk beïnvloed door passaatwinden en depressies op de Atlantische Oceaan, valt het hele jaar door vrij veel regen in de vorm van tropische stortbuien; meer dan 3000 mm gemiddeld en in het reservaat Barra del Colorado in het noorden meer dan 6000 mm. Soms valt er in een bepaald jaar wel tussen de 8000 en 9000 mm. September en oktober gelden hier als de droogste maanden. Het gebied langs de kust van de Stille Oceaan heeft een droog en een nat seizoen. In het noordwesten valt daar ‘maar’ tussen de 1000-2000 mm per jaar (‘tierra caliente’) en tussen december en april valt er nauwelijks neerslag en is het uitgesproken droog, heet en zonnig. Dit komt doordat het hele gebied dan in de regenschaduw van de bergketens ligt. Tussen 600 en 1650 meter ligt de gematigde zone of ‘tierra templada’, waaronder de Meseta Central met de hoofdstad San José. De gemiddelde minimumtemperatuur bedraagt daar 16,3°C en de gemiddelde maximumtemperatuur 24,9°C. De jaarlijkse neerslag ligt tussen 1600 en 2000 mm. De gebieden tussen 2000 en 3300 meter vormen de ‘tierra fría’, met temperaturen van 10 tot 16°C, vooral in de hogere delen van de Cordillera Central en de Cordillera de Talamanca. Op de hoge toppen van de Cerro Chirripó en de vulkaan Irazú wordt het gemiddeld niet hoger dan 7°C. Sneeuw valt er echter zelden, maar de temperatuur kan wel tot onder het vriespunt dalen. De orkanen die vanaf de Atlantische Oceaan over het Caribisch gebied trekken, passeren Costa Rica meestal langs de noordgrens. Het land heeft hierdoor, in vergelijking met een aantal buurlanden, relatief weinig te maken met natuurrampen. Wel vinden er in de lager gelegen gebieden in het regenseizoen af e toe overstromingen plaats.

Planten en dieren:
Planten:
De plantenwereld van Costa Rica is zeer uitgebreid en gevarieerd. Er komen ruim 12.000 verschillende plantensoorten voor en waarschijnlijk groeien er in afgelegen gebieden nog vele onbekende soorten. Tekenend is dat er maar liefst ca. 1200 soorten orchideeën groeien. Klimaat, bodemgesteldheid en hoogte zorgen voor de grote diversiteit. De nationale bloem van Costa Rica is uiteraard een orchidee: de dieproze Guaria Morada.
De begroeiing varieert van tropisch regenwoud in de oostelijke laagvlakten tot droge steppen in Guanacaste. Het areaal aan regenwoud is de laatste decennia drastisch gereduceerd en komt nu alleen nog versnipperd voor in met name de berggebieden van de Cordillera de Talamanca, op het schiereiland Osa en sommige gedeeltes van de Cordillera Central. Het tropisch regenwoud wordt gedomineerd door woudreuzen die tot 60 meter hoog kunnen worden. Doordat de felle zon constant op de kronen van deze bomen schijnt, heerst er in de toppen van de bomen als het ware een woestijnklimaat. De bomen hebben zich aan deze situatie aangepast via kleine, dikke, leerachtige bladeren. De struik- en kruidlaag stelt in het regenwoud niet veel voor door het gebrek aan zon. Enkele algemene soorten die hier nog wel groeien zijn aronskelken en wolfsklauwen. Op de hellingen van de cordilleras gedijt het nevelwoud goed, waar de warme opstijgende lucht uit de Caribische laagvlakten condenseert. Door de zeer hoge luchtvochtigheid in deze nevelwouden is de plantengroei zeer uitbundig en gevarieerd. De bomen van het nevelwoud zijn wat kleiner dan die van het regenwoud en de begroeiing op de grond is zeer dicht. Een typische boom voor het nevelwoud is de copal met zijn eigenaardige vormen. Opvallend hier zijn de varens en korst- en baardmossen (epifyten) die op de bomen groeien, onder andere de bekende bromelia, de ‘matapalos’ of boomwurgers (b.v. Ficus benjamina) en lianen. Een opmerkelijke kruidensoort op de begane grond is de Gunnera insignis of ‘sombrilla de pobre’ (‘paraplu van de armen’) met enorme bladeren. Het Parque Nacional Braulio Carillo is Costa Rica’s meest uitgestrekte nevelwoud; andere gebieden zijn Poás, Tapantí en Monteverde. In het relatief droge noordwesten van Costa Rica overheerst de zogenaamde ‘sabana’-vegetatie, bestaande uit grassen, struiken en regengroene bossen met bomen die over het algemeen niet hoger dan ca. 15 meter worden, o.a. kalebas, doornacacia en oli-eik. Deze bladverliezende bomen verliezen hun bladeren in de droge periode. Maar ook de regengroene bossen staan zwaar onder druk; veel bossen zijn gerooid om plaats te maken voor veehouderijen. Ze komen bijna alleen nog maar voor aan de kustlijn van de Stille Oceaan en in Costa Rica zijn dit soort bossen alleen nog te vinden in de nationale parken van Guanacaste en her en der op het schiereiland Nicoya. In dit milieu gedijen ook zuilachtige cactussen goed. Een karakteristieke boom in dit gebied is de onmiskenbare Guanacaste, een lage boom met een wijduitstaande kroon en drager van enorme oorvormige vruchten. Een ander bijzondere boomsoort in de provincie Guanacaste is de ‘palo verde’, de groene boom, familie van de mimosa en nooit hoger dan negen meter en in de bloeiperiode herkenbaar aan zijn trossen gele bloemen. Andere opvallende planten zijn de kalebasboom en de Amerikaanse balsemboom, herkenbaar aan zijn roodbruine, papierdunne bast en aromatische hars. Boven de boomgrens, vanaf ca. 2800 meter, overheerst de páramo-begroeiing. Hier is nauwelijks begroeiing te vinden, op wat lage struiken, mossen en grassen na. Deze begroeiing is onder andere te vinden op de Cerro de la Muerte, de Cerro Chirripó en de vulkaan Irazú. In het tropische bos van de Costa Central groeit onder andere de ‘manzanillo de playa’, waarvan de vruchten, maar vooral de takken en bladeren een giftige vloeistof bezitten. Het nationale park La Amistad beslaat een aanzienlijk deel van de Cordillera de Talamanca. In totaal is dit grensoverschrijdende natuurreservaat 400.000 ha groot; iets minder dan de helft ligt op Costa Ricaanse bodem. Het gebied bezit verschillende klimaatzones, elk met een eigen dieren- en plantenwereld, waarover echter weinig bekend is. Een groot deel van de ruim 10.000 plantensoorten die wetenschappers in kaart hebben gebracht, zijn endemisch en komen dus nergens anders ter wereld voor. Datzelfde geldt voor een aantal diersoorten. In 1983 heeft de UNESCO La Amistad op de Werelderfgoedlijst geplaatst. La Amistad vormt samen met de nationale parken Chirripó en Cahuita, met een aantal beschermde bosgebieden, dierenreservaten en bufferzones de Area de Conservación La Amistad. Het Reserva Biológica Lomas Barbudal is een klein reservaat, toch groeien er meerdere planten die in de rest van het land zeldzaam zijn, o.a. mahonie, Panama redwood, gonzalo alves, cortez amarillo en rosewood. Een boom die aan de Caribische kust veel voorkomt is de broodboom, een afstammeling van de Zuidoost-Aziatische broodboom. Deze soort werd in 1793 in West-Indië geïntroduceerd. Vandaar werd vanuit Jamaica meegebracht naar de provincie Limón. De 20 meter hoge, altijdgroene boom heeft donkergroene, glanzende bladeren, die wel een meter lang kunnen worden.

Dieren:
Zoogdieren:
De apen van Costa Rica behoren allemaal tot de mensapen en verwant aan de mensapen van de Oude Wereld, zoals gorilla’, chimpansees en orang-oetans. De apen van de Oude en de Nieuwe Wereld zijn echter al vele miljoenen jaren van elkaar gescheiden en hebben zich daardoor verschillend ontwikkeld. De apen van Latijns-Amerika en dus ook van Costa Rica zijn allemaal boombewoners met een grijpstaart als een soort vijfde ledemaat. In Costa Rica leven vier soorten die verspreid over het land voorkomen: doodshoofdaapjes, brulapen, slingerapen (o.a. spinapen) en kapucijnapen.
Tandarme zoogdieren zoals gordeldieren, luiaards en miereneters komen veel voor in Costa Rica. De familie der miereneters bestaat uit drie soorten: de reuzenmiereneter, de tamandua en de dwergmiereneter. In Costa Rica leven twee soorten luiaards: de tweeteenluiaard en de drieteenluiaard. Het negenbands gordeldier komt in heel Costa Rica voor en bewoont de meest uiteenlopende ecosystemen.
Katachtige roofdieren evolueerden in Noord-Amerika en bereikten Zuid- en Midden-Amerika pas toen de landengte tussen Noord- en Zuid-Amerika tot stand kwam. Naast de bekende jaguar leven in Costa Rica ook de volgende katachtigen: poema, ocelot, margay, en jaguarundi. Andere roofdieren zijn de neusbeer of coati’s, de wasbeer en de rolstaartbeer of kinkajoe.
De grootste zoogdierorde in Costa Rica is die van de vleermuizen, waarvan ca. honderd soorten voorkomen. Het zijn niet alleen insecteneters maar eten ook onder andere fruit, nectar, muizen en kikkers. Bekende verschijningen zijn de vissende vleermuis, vampieren en de tentvleermuis.
Bijzondere knaagdieren zijn de agouti of goudhaas en de paca. Hoefdieren komen niet zoveel voor, alleen enkele soorten dwergherten (o.a. virginiaherten en witstaartherten), kraagpecari’s en witlippecari’s of borstelzwijnen, en tapirs.
Opmerkelijke verschijning is het boomstekelvarken. In de wateren van het Refugio de Fauna Silvestre Barra del Colorado in het noordwesten van Costa Rica zitten de wateren vol met sábalo of tarpon, robaló of Caribische snoek, guapote, macarela of makreel en de gaspar of beensnoek. De gaspar wordt wel een levend fossiel genoemd omdat deze vis tot de orde van de straalvinnigen behoort. De bloeitijd van deze vissen lag in het midden van het mesozoïcum; ca. 210 tot 150 miljoen jaar geleden. Uit deze orde kwam de orde van de beenvissen voort.
Het nevelwoudreservaat Monteverde was het enige gebied ter wereld waar de zeldzame ‘sapo dorado’, een goudkleurige pad, voorkwam. Sinds enkele jaren zijn deze unieke dieren niet meer gesignaleerd.
Het reservaat Lomas Barbudal is vooral van belang voor insecten. Ruim 250 soorten bijen zijn hier geteld en ook vele soorten wespen, vlinders en motten.
Parque Nacional Cahuita is belangrijk vanwege het koraalrif dat zich tot 500 meter voor de kust uitstrekt. Daar leven tientallen soorten koraal, waaronder: elandgeweikoraal, hersenkoraal, waaierkoraal of zeewaaier, sterkoraal en brandkoraal. Tussen het koraal zwemmen prachtig gekleurde vissen zoals de blauwgeel gekleurde gele engelvis, de zwartgeel gekleurde engelvis, de troepiaalvis of hertogvis en de blauwe papegaaivis. Verder leven er op het rif barracuda’s, stekelroggen, drie soorten haaien en zes soorten murenen.
Het Parque Nacional Corcovado is een regenwoudgebied met enorme rijkdom aan planten en dieren: 6000 soorten insecten, 500 boomsoorten, 367 soorten vogels, 140 zoogdieren, 117 reptielen en amfibieën en 40 soorten zoetwatervissen zijn het park aangetroffen.

Vogels:
Met meer dan 800 vogelsoorten, waarvan 200 trekvogels, is Costa Rica een waar walhalla voor vogelaars. De nationale vogel van Costa Rica is de onopvallende Grays lijster.
De meest waargenomen roofvogels van Costa Rica zijn een aantal giersoorten: kalkoengier, zwarte gier en de zeldzame koningsgier. De laatste vogel komt nog voor in het Lomas Barbu-dal reservaat en het nationale park Corcovado. Van de kleine roofvogels is de lachvalk erg opvallend en verder de kaalpootschreeuwuil, de bonte bosuil en de kuifuil.
Langs traag stromende rivieren levens grote steltlopers en andere watervogels als roze lepelaar, witte ibis, de zeldzame rode ibis, bosooievaar, zwartbuikfluiteend, blauwvleugeltaling, kwak en de grote maar zeldzame jabiru. Een aantal reigersoorten is de koereiger, de tijgerroerdomp en de schuitbekreiger. Bijzonder zijn de grote fregatvogel, bigua-aalscholver, en slangehalsvogel. Bijzondere tropische vogels zijn de bont gekleurde trogons, waaronder de prachtige quetzal. De quetzal was ooit de heilige vogel van de Azteken en zelfs de nationale munt van Costa Rica is naar deze bijzondere vogels genoemd. Deze vogel leeft vooral in de nevelwouden op hoogtes tussen 1000 en 2500 meter. Het eilandje Isla Bolaños (prov. Guanacaste) werd in 181 uitgeroepen tot een beschermd natuurgebied voor de broedende bruine pelikanen, Amerikaanse bonte scholeksters en Amerikaanse fregatvogels. Verder komen hier ekstergaaien en zwarte gieren voor.
Toekans: zwavelborsttoekan, Swainsons toekan, smaragdtoekan, groene bergtoekan
Papegaaien (± 20 soorten): rode ara, Costa Rica Müller amazone, geelnek amazone, Salvins amazone, kleine witvoorhoofd amazone, spechtpapegaai, groene aratinga, de zeldzame geelvleugelara, karmozijnara
Kolibries (± 54 soorten): langsnavel zonzoeker, cerisekolibrie, de violette sabelvleugelkolibrie, heremietkolibrie, smaragdkolibrie, tzacati-amazilia, groene violetkolibrie, groenkruinbriljantkolibrie, roodbekkolibrie
Zangvogels: o.a. boomklever, ovenvogel, mierenvogel, roodkopmannequin, wevervogel, tangara
Bijzondere vogels: Montezuma Oropéndula, bergmerel, zwarte guan (soort boskalkoen), gekraagde arassari, gestreepte specht, drielelklokvogel, blauwkapmotmot, wenkbrauwmotmot, bruine hokko, ‘pia pia’, lachmeeuw, Verraux duif, Cabanis’ lijster, kiskadie, roodvoetrotspelikaan, zwartkophaakbek, gevlamde keelkweler, goudkruinchlorofoon

Reptielen en amfibieen:
Van de 135 soorten slangen die in Costa Rica voorkomen zijn er zeventien giftig. Wat gifslangen betreft kent Costa Rica eigenlijk twee groepen, de groefkopadders (o.a. de lanspuntslang of fer-de-lance) en de koraalslangen. De grootste slang van Costa Rica is de boa constrictor, een voor mensen ongevaarlijke wurgslang met een maximale lengte van 3,5 meter.
Costa Rica kent een aantal indrukwekkende hagedissen, waarvan de leguanen en basilisken het meest opvallen. De grootste leguanen zijn de zwarte en de groene leguaan. Basilisken zijn eigenlijk ook leguanen, maar hebben opvallende kammen op kop, rug en staart. Een veel voorkomend reptiel is de alligatorhagedis.
Krokodillen: brilkaaiman, Midden-Amerikaanse krokodil, spitssnuitkrokodil
Het nationale park Santa Rosa is een van de belangrijkste beschermde natuurgebieden van Costa Rica. Op Playa Nancite, in het zuiden van Santa Rosa, komen jaarlijks tussen september en december honderdduizenden zeeschildpadden aan land om eieren te leggen. Costa Rica is dan ook een van de belangrijkste nestgebieden van zeeschildpadden. De vijf soorten die in Costa Rica voorkomen zijn soepschildpad, karetschildpad, onechte karetschildpad, warana of bastaardschildpad en lederschildpad.
Kikkers: roodoogboomkikker, pijlgifkikker, aardbeikikker, glaskikker
Vissen en andere zeedieren: zeilvis, blauwe marlijn, zwarte marlijn, geelstaartmakreel, ‘papagallos’, gladde hondshaai, knorvis, geelstaart, adelaarsrog, pijlstaartrog, aal, zee-engel, octopus, zeester, zeepaardje, walvishaai, hamerhaai, horsmakreel, langsnuitdolfijn, griend, zwarte zwaardwalvis, springkrab
Bijzonder: longloze salamander

Insecten:
Costa Rica kent zo’n tienduizenden verschillende insectensoorten waaronder, wandelende takken, termieten, parasolmieren, bid- en sabelsprinkhanen. In totaal zijn in Costa Rica ca. 3000 vlindersoorten geteld, waaronder de schitterende blauwe morpho, heliconiusvlinder, uiltje en grote pijlstaarten.


Travelaroundtheworld.nl
Travel around the world and EXPLORE


© 2005 - 2012 Travelaroundtheworld.nl
Menu
Reismagazines:





Landeninfo:

China
Costa rica